Meest voorkomende parasieten bij Koi

parasieten-wormen-koi

Parasieten Koi:

De meeste veroorzakers van ziekten in Koi zijn niet met het blote oog zichtbaar. Omdat de symptomen vaak niet specifiek zijn, dienen de veroorzakers opgespoord te worden middels microscopisch onderzoek. De ziekteveroorzakers waarom het dan meestal gaat, zijn de zogenaamde protozoa en monogene wormen, waarvan de volgende het meeste voorkomen:

Protozoa:
  • Ciliaten (o.a. Trichodina, Witte stip en Chilodonella)
  • Flagellaten (o.a. Ichtyobodo necatrix ofwel costia);
Monogene wormen:
  • Huid- en kieuwwormen

Protozoa zijn eencellige organismen die qua afmeting variëren tussen microscopisch klein tot net zichtbaar met het blote oog.
De groep van protozoa omvat veel uiteenlopende organismen. Tot de groep van de flagellaten behoort Ichthyobodo necatrix (ofwel costia) (±0,01 mm); tot de groep ciliaten behoren o.a. Trichodina (±0,05 mm), Chilodonella (±0,05 mm) en Ichtyophthirius (ofwel witte stip; ±0,04 mm in het stadium van de zwermcellen). Tot de groep monogene wormen met één gastheer behoren o.a. de kieuwworm (Dactylogyrus) en de huidworm (Gyrodactylus). De afmeting van de huidworm bedraagt gemiddeld 0,6 mm en die van de kieuwworm 0,4 mm. De symptomen veroorzaakt door deze parasieten kunnen hetzelfde zijn en lopen uiteen van een witte waas, verwondingen, openstaande schubben tot het ontbreken van uitwendige symptomen. In het laatste geval is meestal wel een gedragsafwijking zichtbaar zoals afzonderen, niet meer eten en schuren of flitsen.

 

Trichodina

Trichodina is eigenlijk geen echte parasiet. Hij leeft van bacteriën. Echter door de verwondingen die Trichodina maakt met de haken, en door stimulering van extra slijmhuid komen er meer bacteriën op de vis af. Door vermenigvuldiging van Trichodina en de steeds ernstigere verwonding kan de vis uiteindelijk toch aan de parasiet (weliswaar indirect) sterven.
Trichodina kan zich zowel op de huid als in de kieuwen nestelen. Als de kieuwen geïnfecteerd zijn, treden ook ademhalingsproblemen op (happen naar lucht). Trichodina kan zich zeer makkelijk van vis naar vis bewegen door de vele trilhaartjes. Trichodina bezit geen cyste stadium (overlevingsstadium voor langere tijd). De parasiet kan slechts beperkte tijd overleven in de vijver zonder vissen. Bij aanwezigheid van organisch afval kan dit langer zijn en moet men rekenen op enkele dagen meer. Trichodina kan zich vermeerderen tussen de 4°C en 30°C en kan dus gedurende het gehele jaar voor problemen zorgen.

 

Chilodonella

Chilodonella is een parasiet die zich met name nestelt op de voorzijde van de vis (vanaf rugvin naar voren). In veel gevallen infecteren ze ook de kieuwen en verhinderen een normale ademhaling. Een Chilodonella aantasting kan soms binnen korte tijd tot vissterfte leiden zonder dat er uiterlijk iets te zien is. Meestal wordt het nog voorafgegaan aan een korte periode van afzondering (1-3 dagen). Een Chilodonella aantasting kan het gehele jaar optreden.

 

Witte stip (Ichthyophthirius)

Witte stip vestigt zich wisselend in de slijmhuid en in de bovenste huidcellen van de vis. In de beginfase van de aantasting schuren de vissen zich vaak aan verschillende objecten in de vijver. Het optreden van witte stippen treedt pas op in het eindstadium van de ziekte vlak voordat de vis sterft. Het optreden van de witte stip gaat op dat moment samen met de afbraak van de huid van de vis. De volwassen parasiet laat zich los van de vis en vermeerdert zich op een rustige plaats in het vijverwater. De parasiet kapselt zich in, in een doorzichtig omhulsel.
Daarbinnen worden meer dan duizend zwermsporen gevormd die met een trilhaar actief op zoek gaan naar een nieuw slachtoffer. De zwermsporen moeten binnen 48 een nieuwe gastheer vinden anders sterven ze. De totale cyclus neemt 6-20 dagen in beslag afhankelijk van de watertemperatuur. De parasiet kan zich vermeerderen tussen de 4°C en 32°C. Bij 20°C neemt de gehele cyclus 6 dagen in beslag. Indien de vis gezond is en voldoende weerstand biedt, kan de parasiet gedurende langere tijd in slapende toestand in de slijmhuid overleven. Bij optreden van een stresssituatie kan de parasiet weer gewekt worden en de vis aantasten. Er bestaat ook nog een geslachtelijke fase van de witte stip welke leidt tot een cyste welke enkele weken zonder gastheer kan overleven in de vijver. De ziekte treedt het meeste op in het voorjaar en bij sterke temperatuurwisselingen (grote waterverversing).

 

 

Costia (Ichtyobodo necatrix)

Deze parasiet komt in een bewegende vorm (met zweephaar) en in een vastzittende vorm voor. De eerste gaat over in de tweede vorm. Costia kan zowel problemen veroorzaken zonder zichtbare symptomen als problemen met symptomen zoals overmatige slijmvorming, uitgezette schubben, open wonden en vermagering. Costia kan problemen veroorzaken tussen de 2°C en 30°C. Veelal zijn het de zwakkere exemplaren die worden aangetast. Buiten de gastheer kan Costia niet overleven. Binnen enkele uren is de parasiet dood als het geen nieuwe gastheer (vis) vindt.

 
Huidworm (Gyrodactylus)

Gyrodactylus is een wormsoort die zich met name op de huid bevindt. Een voorkeur van plaats op de huid is er niet. Onder de juiste condities voor de parasiet (slechte kwaliteit water en dus gestreste vis) kan de cyclus van de worm al in enkele dagen voltooid zijn. Uitbreiding van de ziekte kan dus onder die condities snel optreden. Meeste aantasting treedt op in het voorjaar.
Symptomen die optreden bij een huidwormenaantasting zijn witte waasvorming, plaatselijke rood kleuring van de huid, uitgezette schubben en open wonden. De huidworm is levendbarend, wat wil zeggen dat de nakomelingen al in de definitieve vorm aanwezig zijn in de ouder. Gyrodactylus kent dus maar een stadium.
De afmeting van Gyrodactylus varieert tussen de 0,3 en 1 mm (gemiddeld 0,6 mm). De overlevingsduur van huidwormen zonder vis is maximaal 10 dagen. In koudere periodes kan de overlevingsduur enkele maanden zijn.

 
Kieuwworm (Dactylogyrus)

Dactylogyrus bekend onder de Nederlandse benaming “kieuwwormen” nestelt zich zowel in de kieuwen als op de huid. Indien op de huid aanwezig dan zal dit met name aan de voorzijde in de buurt van de kieuwen zijn. In tegenstelling tot de huidwormen vermeerderen de kieuwwormen zich met behulp van eitjes. Na uitkomen van de eitjes bewegen de wormen in wording (de zogenaamde oncomiracidia) zich met behulp van trilharen naar het volgende slachtoffer. Omdat de kieuwwormen in verschillende stadia voorkomen en de gevoeligheid van voor bestrijdingsmiddelen verschillend is, moeten sommige behandelingen herhaald worden zodat alle eitjes zijn uitgekomen en de aantasting niet direct opnieuw begint.
De afmeting van de kieuwworm varieert tussen de 0,1 en 0,5 mm (gemiddeld 0,3 mm).
De overlevingsduur van de kieuwworm zonder vis bedraagt maximaal 8 dagen. In koudere periodes kunnen de eieren gedurende meerdere maanden in rusttoestand aanwezig blijven.