Voorjaarsproblemen met Koi

seizoen-koi-vijverEr zijn verschillende oorzaken waarom juist in het voorjaar de meeste ziekten de kop op steken.
Tot de top vijf ziekten, behoren elk jaar de volgende parasieten:

De belangrijkste oorzaken voor de ziekten zijn:
grote temperatuurschommelingen, de geringe weerstand van de vissen komend vanuit de winter, de water kwaliteit is (nog) niet optimaal, aankoop van nieuwe vissen die nog geen weerstand op hebben kunnen bouwen en die direct na de winterperiode (in Japan) een lang transport achter de rug hebben.
Als Koiliefhebber heb je bovenstaande oorzaken grotendeels zelf in de hand. Hoe je hier op in kunt spelen zullen we hieronder punt voor punt bespreken.

Temperatuurschommelingen

Zoals eenieder weet, kunnen we in het voorjaar prachtige zonnige dagen maar ook koude nachten hebben.
Indien er geen verwarmingssysteem op de vijver is geplaatst, zijn de schommelingen in temperatuur afhankelijk van de totale vijverinhoud, de diepte van de vijver en de weersomstandigheden.
Wanneer de vijver op een onbeschutte plaats ligt, het volume relatief klein is (minder dan 8.000 liter) en de vijver ook nog ondiep is (minder dan 1 meter), kunnen de temperatuurschommelingen in het voorjaar groot zijn. De verschillen in watertemperatuur kunnen hierbij in een dag oplopen tot meer dan 5°C.
Er bestaat een directe relatie tussen de sterke temperatuurschommelingen en het optreden van ziekten.
In eerste instantie staat het weerstandsniveau van de vis in het voorjaar vanwege de gemiddeld lage temperatuur (6-14°C) nog op een laag pitje.
Wanneer hier temperatuurstress aan wordt toegevoegd komt de weerstand op een nog lager niveau.
Met temperatuurstress bedoelen we, ofwel een verhoging van 3°C of meet per dag, ofwel een verlaging van 5°C of meer per dag. Met name de verhoging in temperatuur levert problemen op.
Het zuurstofverbruik gaat snel omhoog terwijl de opname hierbij achterblijft.
Dit leidt dan tijdelijk tot zuurstofgebrek waardoor onder andere de afweerfuncties met optimaal functioneren.
De parasieten daarentegen passen zich veel sneller aan en worden dus direct actiever.
Deze combinatie leidt in veel gevallen tot aantastingen door parasieten.
Uit het voorgaande zijn ook direct de acties te halen om de verhoogde gevoeligheid voor de aantastingen te beperken: voldoende diepe vijver (minimaal 1,2 meter), voldoende watermassa (des te groter des te beter), voldoende beschutting zodat de wind minder invloed heeft en een gematigde pompsnelheid (minder snelle opwarming en afkoeling).
De beste oplossing is natuurlijk het aanleggen van een verwarmingssysteem zodat u de temperatuur geheel zelf in de hand heeft.

Geringe weerstand komend vanuit de winter

De weerstand van de vis in het voorjaar is afhankelijk van de duur van de winterperiode en de conditie waaronder de vis de winter is ingegaan.
Gedurende de winterperiode is de activiteit weliswaar minimaal, maar deze kost toch energie.
De uitgangspositie van de energievoorraad en de duur van interen van deze voorraad bepaald of er nog voldoende weerstand kan worden geboden in het voorjaar.
Verder mag de vijver in de winter niet dichtgevroren zijn. Als schadelijke gassen (rotting) niet kunnen ontsnappen, zal dit zijn negatieve weerslag hebben op de conditie van de vissen.
Onder normale gemiddelde condities waarbij de vissen goed doorvoed en ziektevrij de winter ingaan, is de energiereserve in het voorjaar nog ruim voldoende en hoeft men zich geen zorgen te maken.
Zorg dus dat aan deze twee voorwaarden wordt voldaan.

De waterkwaliteit is nog niet optimaal

In het voorjaar staan alle liefhebbers bij de eerste zonnige dag weer te trappelen om met het voeren te starten.
Het opstarten van het nieuwe seizoen moet echter, hoe moeilijk dit ook is, rustig aan gebeuren.
Het filter moet weer worden opgestart en de waterwaarden in de vorm van pH, KH en GH moeten na de meestal regenachtige periode weer op peil worden gebracht om zowel voor de vissen als het bacterieleven weer een goed milieu te scheppen. De pH is van belang voor allerlei biologische processen die optimaal verlopen in een bepaald pH-traject. Hier moet je denken afbraakprocessen/omzettingsprocessen van organisch materiaal van ammoniak en nitriet in o.a. CO2, H2O (uit organische CHO verbindingen) en nitraat (eindproduct van bacteriële omzetting van ammoniak en nitriet).
Wanneer de pH waarde niet binnen het gewenste traject valt (bij voorkeur tussen de 7 en 8,5) of teveel schommelt zullen de afbraak- en omzettingsprocessen slecht verlopen met als gevolg ophoping van schadelijke afvalstoffen. De KH Zorgt in dit geval voor de stabiliteit van de pH.

De KH ofwel carbonaathardheid functioneert als buffer en compenseert de zure delen die gevormd zijn als gevolg van de CO2 productie in een vijver.
CO2 wordt gevormd door vissen en planten (‘snachts) doordat energie (energierijke CHO verbindingen zoals suikers) wordt verbruikt en wordt omgezet in C en H2O (in water wordt dit omgezet in HCO3-  en H+). Wanneer deze H+ ionen niet Worden geneutraliseerd kan de pH sterk gaan dalen.
Bij aanwezigheid van planten en algen gebeurt overdag het omgekeerde: CO2 wordt opgenomen door de planten en de algen.
De pH zal dan weer gaan stijgen. U kunt zich voorstellen dat bij ontbreken van voldoende buffercapaciteit, de pH onder invloed van het biologisch leven alsook de zuurwerkende regen sterk gaat schommelen.

De GH staat voor gezamenlijke hardheid en heeft als belangrijkste elementen Calcium en Magnesium. Beide elementen Worden door de vissen beter uit het water opgenomen dan uit het voer. Calcium is met name van belang voor de vorming van het skelet (graat) en de schubben.
De tweede stap is het bacterieleven weer te activeren (eventueel extra bacteriën toevoegen).
Activeren van bacteriën vindt plaats door stijging van de temperatuur, toedienen van extra zuurstof en het aanbieden van voer.
Wanneer in de beginfase (geldt ook voor nieuw aangelegde vijvers) teveel wordt gevoerd, Worden de bacteriën overvoerd met afvalstoffen en zal de waterkwaliteit snel teruglopen. Nitriet en ammoniak zullen meetbaar worden en de vissen zullen in dit slechtere milieu gevoelig worden voor parasieten. Dit proces geldt met name voor degenen die in de winter het filtersysteem afzetten in verband met vorstschade danwel teveel afkoeling van het vijverwater.

Belangrijk is dus om de waterwaarden op peil te brengen en de hoeveelheid voer af te stemmen op de activiteit van de bacteriën in het filtersysteem. Controleer dit met behulp van de nitriet- en ammoniak- testsets die bij elke dealer te verkrijgen zijn. Voeg zo nodig extra nitrificerende bacteriën toe en verminder het voeren wanneer ook maar enig nitriet of ammoniak wordt gemeten.

Aankoop nieuwe vissen

De meeste landen waar de Koi vandaan komen hebben net zoals Nederland met een winterperiode te maken.
In dit voorbeeld richt ik me op de aankoop van Japanse Koi. De winterperiode in Japan duurt van december/januari tot maart/april.
De eerste vissen worden direct na de winterperiode gevangen en geëxporteerd naar onder andere Nederland.
U kunt zich voorstellen dat de vissen dan relatief zwak zullen zijn.
De energiereserve is afgenomen en de vissen zijn gestrest door het transport.
Veelal is dan in Nederland een quarantaineperiode van vier weken noodzakelijk om de vissen weer op krachten te laten komen.
Naarmate de vissen langer in Japan zitten en ze inmiddels meer gesterkt zijn door het voeren, zullen de aanpassingsproblemen in Nederland afnemen en volstaan quarantaineperiodes van twee tot drie weken.
Voor landen met kortere of geen winterperiodes geldt ook een quarantaineperiode van twee tot drie weken. Let bij de aankoop van Koi dus op dat je goed geacclimatiseerde vissen koopt (geldt voor het gehele jaar) en geen vissen die en zojuist een winter en het transport achter de rug hebben.

Chagoi-koi

Toch nog ziekteproblemen
Ondanks dat alle voorzorgsmaatregelen zijn genomen, kunnen zich toch nog problemen voordoen.
Belangrijk is dan om de problemen tijdig te onderkennen en een goede diagnose te laten stellen zodat je een gerichte bestrijding uit kunt voeren. Bij het tijdig herkennen zijn de volgende uiterlijke kenmerken belangrijk:

      • de vis komt goed eten en is actief (is dus niet lusteloos en blijft niet afgezonderd van de rest Van de vis);
      • de vinnen staan uit en zijn niet voortdurend tegen lichaam het geknepen;
      • er zijn geen wondjes zichtbaar (let bij het voeren ook op de buikzijde);
      • de vissen flitsen of schuren niet;
      • de kleuren zijn helder en er is geen witte film (overmatige slijmproductie) op het lichaam aanwezig.

Als er afwijkingen in gedrag worden waargenomen, is het zaak zowel de waterkwaliteit te (laten) controleren op ammoniak en nitriet en een (of meerdere) vis door middel van een microscopisch onderzoek te laten controleren op parasieten.
Op basis van uiterlijke kenmerken of afwijkingen kun je wel zien of de vis ziek is, maar zelden door welke ziekte de vis is aangetast.

Aantastingen door parasieten uiten zich vaak in soortgelijke symptomen zoals hierboven vermeld.
Het advies is dan ook nooit alleen op basis van uiterlijke symptomen een bestrijdingsmiddel toe te passen!!
Laat ook altijd een afstrijkje maken van de vis zodat je weet wat de oorzaak is en gericht een bestrijding kan uitvoeren.
Geef hierbij ook aan wat voor soort vijver/filter je hebt zodat de toepassing van het middel hierop kan worden afgestemd.
Bij toepassen van een onjuist middel of op onjuiste wijze kan de ziekte zelfs verergeren.
Hier geldt niet het spreekwoord: baat het niet dan schaadt het niet.